bewölkt
A2 adjective
bewolkt
Details bekijken
Blitz
B1 noun
bliksem
Details bekijken
blitzen
B1 verb
flitsen
Details bekijken
Donner
B1 noun
donder
Details bekijken
donnern
B1 verb
donderen
Details bekijken
draußen
A1 adverb
buiten
Details bekijken
es
A1 pronoun
het
Details bekijken
feucht
B1 adjective
vochtig
Details bekijken
frieren
B1 verb
het koud hebben
Details bekijken
Frühjahr
A1 noun
lente
Details bekijken
Frühling
A1 noun
lente
Details bekijken
Gewitter
A2 noun
onweer
Details bekijken
hageln
B1 verb
hagelen
Details bekijken
heiß
A2 adjective
heet
Details bekijken
Herbst
A1 noun
herfst
Details bekijken
Himmel
A2 noun
hemel
Details bekijken
Hitze
B1 noun
hitte
Details bekijken
kalt
A2 adjective
koud
Details bekijken
Kälte
B1 noun
kou
Details bekijken
Klima
B1 noun
klimaat
Details bekijken
kühl
A2 adjective
koel
Details bekijken
Luft
B1 noun
lucht
Details bekijken
mild
B1 adjective
mild
Details bekijken
Mütze
A2 noun
muts
Details bekijken