adjective
vochtig, damp, klam
B1
feucht is een bijvoeglijk naamwoord en betekent ‘vochtig’, ‘nat’ of ‘benauwd vochtig’. Vergelijking: feuchter; overtreffende trap: am feuchtesten. Het kan attributief en predicatief gebruikt worden: feuchte Luft, der Boden ist feucht.
Voorbeelden
Der Keller ist feucht nach dem starken Regen.
De kelder is vochtig na de hevige regen.
Der Keller blieb feucht, obwohl die Besitzer den Raum neu isoliert hatten.
De kelder bleef vochtig, hoewel de eigenaars de ruimte onlangs opnieuw hadden geïsoleerd.
In den Tropen ist es oft sehr feucht und warm.
In de tropen is het vaak erg vochtig en warm.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een handdoek voor die niet droog is maar licht vochtig — dat is feucht.
Klinkt een beetje als „few-cht” — stel je een paar druppels op iets voor.
Opmerkingen
„Feucht” duidt op enige vochtigheid, maar minder dan „nass” (nat). Gebruikt voor weer (vochtig), materialen (damp) en oppervlakken die licht nat zijn.