noun
muts, pet
A2
Mütze is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: ‘muts’ of ‘pet’, meestal een zachte of gebreide hoofdbedekking, vaak voor de winter. Meervoud: Mützen. Regelmatige verbuiging met -n in het meervoud. Veelgebruikte combinaties: Mütze aufsetzen en Mütze abnehmen.
Voorbeelden
Die Lehrerin erklärte, dass sie die Mütze dem Schüler zurückgab, weil es draußen kalt wurde.
De lerares legde uit dat ze de muts aan de leerling teruggaf, omdat het buiten koud werd.
Meine Mütze ist im Bus liegengeblieben.
Mijn pet is in de bus blijven liggen.
Ich trage eine Mütze im Winter.
Ik draag in de winter een muts.
Details
Ezelsbruggetjes
een warme gebreide muts op een hoofd in de winter
klinkt als ‘mutz’ — stel je een muts met een grote pompon voor die ‘mutz’ heet
Stel je een vrouw voor met een mooie muts: die (vrouwelijk) Mütze.
Opmerkingen
Mütze verwijst meestal naar gebreide of zachte mutsen, niet naar formele hoeden.