Mütze

noun
muts, pet
A2

Mütze is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: ‘muts’ of ‘pet’, meestal een zachte of gebreide hoofdbedekking, vaak voor de winter. Meervoud: Mützen. Regelmatige verbuiging met -n in het meervoud. Veelgebruikte combinaties: Mütze aufsetzen en Mütze abnehmen.

Voorbeelden

Die Lehrerin erklärte, dass sie die Mütze dem Schüler zurückgab, weil es draußen kalt wurde.
De lerares legde uit dat ze de muts aan de leerling teruggaf, omdat het buiten koud werd.
Meine Mütze ist im Bus liegengeblieben.
Mijn pet is in de bus blijven liggen.
Ich trage eine Mütze im Winter.
Ik draag in de winter een muts.

Details

Meervouddie Mützen

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedie Mützedie Mützen
genitiveder Mützeder Mützen
dativeder Mützeden Mützen
accusativedie Mützedie Mützen

Ezelsbruggetjes

👁️een warme gebreide muts op een hoofd in de winter
👂klinkt als ‘mutz’ — stel je een muts met een grote pompon voor die ‘mutz’ heet
⚧️Stel je een vrouw voor met een mooie muts: die (vrouwelijk) Mütze.

Opmerkingen

Mütze verwijst meestal naar gebreide of zachte mutsen, niet naar formele hoeden.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek