adjective
mild, zacht, licht
B1
mild betekent vooral ‘zacht’, ‘niet scherp’ of ‘weinig intens’ — bijvoorbeeld over weer, smaak of werking. Ook: ‘gematigd’ of ‘inschikkelijk’. Het is een gewoon bijvoeglijk naamwoord met vergrotende en overtreffende trap: milder, am mildesten.
Voorbeelden
Das Wetter blieb mild, obwohl der Winter normalerweise härter war.
Het weer bleef zacht, hoewel de winter normaal gesproken strenger was.
Das Wetter ist heute mild und sonnig.
Het weer is vandaag mild en zonnig.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een zachte zon en een milde bries voor — niets hard.
Klinkt als het Engelse ‘mild’ — dezelfde betekenis.
Opmerkingen
Beschrijft iets dat zacht of niet sterk is (smaak, weer, symptomen). Kan worden vergeleken: milder, am mildesten.