Herbst

noun
herfst
A1

Herbst (m.) betekent ‘herfst’. Lidwoord: der Herbst; meervoud: die Herbste. Genitief enkelvoud: des Herbstes; datief: dem Herbst. Het meervoud bestaat, maar is zeldzaam en vooral literair of historisch. Verder een vrij regelmatig mannelijk zelfstandig naamwoord.

Voorbeelden

Der Herbst ist meine Lieblingsjahreszeit.
De herfst is mijn favoriete seizoen.
Im Herbst fallen die Blätter von den Bäumen.
In de herfst vallen de bladeren van de bomen.
Als im Herbst starker Wind wehte, fielen viele Blätter, sodass die Gärtner länger arbeiten mussten.
Toen er in de herfst harde wind waaide, vielen veel bladeren, zodat de tuiniers langer moesten werken.

Details

MeervoudHerbste

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Herbstdie Herbste
genitivedes Herbstesder Herbste
dativedem Herbstden Herbsten
accusativeden Herbstdie Herbste

Ezelsbruggetjes

👁️Bladeren die in de herfst vallen — associeer ‘Herbst’ met vallende bladeren.
⚧️Der Herbst — denk aan ‘der’ als het seizoen (mannelijk).

Opmerkingen

De herfst. In Amerikaans Engels wordt ‘fall’ vaak als alternatief gebruikt.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek