verb
donderen, dreunen
B1
donnern betekent „donderen”, „dreunen” of „hard rommelen”. Het is een onovergankelijk, niet-reflexief werkwoord. Regelmatige zwakke vervoeging: Präteritum donnerte, Perfekt hat gedonnert, met hebben. Niet scheidbaar; gebruikt voor onweer, zware geluiden of een dreunend gerommel.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
In der Nacht fing es an zu donnern.
In de nacht begon het te donderen.
Es donnerte laut.
Het onweerde hard.
Es hat die ganze Nacht gedonnert.
Het onweerde de hele nacht.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je voor dat de lucht op een enorme trom slaat: je hoort de trom „donnern” door de wolken.
Denk aan het Engelse „thunder” — „donnern” klinkt als „thunder”.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Donnern wordt meestal onpersoonlijk gebruikt met „es” (es donnert). Het is een onovergankelijk werkwoord en beschrijft meestal donder of zeer luide dreunende geluiden. Onpersoonlijk werkwoord („es donnert”); alleen de onpersoonlijke vorm met „es” is van toepassing, andere persoonsvormen en de lijdende vorm zijn niet van toepassing.