noun
klimaat
B1
Klima betekent ‘klimaat’: de weers- of omgevingsomstandigheden van een gebied. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Klima. Meervoud: die Klimate; genitief: des Klimas. Ook figuurlijk gebruikt, bijvoorbeeld in Arbeitsklima voor ‘werksfeer’.
Voorbeelden
Die Firma reduzierte Emissionen, weil Maßnahmen für das Klima dringend nötig waren.
Het bedrijf verminderde de uitstoot, omdat maatregelen voor het klimaat dringend nodig waren.
Das Klima in dieser Region ist sehr mild.
Het klimaat in deze regio is erg mild.
Das Klima in dieser Region ist sehr trocken.
Het klimaat in deze regio is erg droog.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een globe voor met temperatuurpijlen die warme en koude zones tonen
klinkt als het Engelse „climate” zonder de laatste „te”
das — denk aan „das” voor het onzijdig, omdat „Klima” een abstract systeem is (onzijdig)
Opmerkingen
Vaak gebruikt in milieukundige en politieke contexten. „Klima” kan als een niet-telbaar zelfstandig naamwoord worden behandeld, maar „Klimate” is een geldige meervoudsvorm wanneer verschillende klimaten worden besproken.