adjective
koud, koel
A2
kalt is een bijvoeglijk naamwoord en betekent ‘koud’ of ‘kil’. Het is trapbaar: kälter, am kältesten. Je gebruikt het voor temperatuur en weer, maar ook figuurlijk voor een afstandelijke of ongevoelige persoon. Zowel attributief als predicatief.
Voorbeelden
Heute ist es sehr kalt draußen.
Het is vandaag erg koud buiten.
Es war sehr kalt, obwohl die Sonne schien.
Het was erg koud, hoewel de zon scheen.
Mir ist kalt, ich ziehe eine Jacke an.
Ik heb het koud, ik trek een jas aan.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je iemand voor die rilt met blauwe lippen — dat gevoel is «kalt».
Klinkt een beetje als Engels «cold»; «kalt» is kort en scherp als een koude wind.
Opmerkingen
Een trapbaar bijvoeglijk naamwoord; vormen veranderen in de vergrotende en overtreffende trap en het wordt ook verbogen bij attributief gebruik.