adjective
koel, fris
A2
kühl betekent ‘koel’, ‘fris’ of ‘licht koud’, vooral bij temperatuur, weer, drank of sfeer. Het is een trapbaar bijvoeglijk naamwoord: kühler, am kühlsten. Je gebruikt het attributief en predicatief. Tegenstellingen: heiß, warm.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Heute ist es kühler als gestern.
Vandaag is het koeler dan gisteren.
Der Saal war kühl, obwohl draußen die Sonne schien.
De zaal was koel, hoewel de zon buiten scheen.
Das Wasser ist kühl und erfrischend.
Het water is koel en verfrissend.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een koud drankje voor met condens en het woord «kühl» op de fles
kühl klinkt als het Engelse «cool» — dezelfde betekenis
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Wordt zowel gebruikt voor temperatuur als om een afstandelijke manier van doen van een persoon te beschrijven (informeel). Umlaut in de vergrotende en overtreffende trap.