noun
bliksem
B1
Blitz (der) betekent in de eerste plaats ‘bliksem’ of ‘flits’: de elektrische ontlading in de lucht. Figuurlijk kan het ook iets heel snels of plotselings aanduiden. Meervoud: Blitze. Gewoon zelfstandig naamwoord.
Voorbeelden
Der Ast wurde vom Blitz getroffen, als die Männer sich im Haus aufhielten.
De tak werd door de bliksem getroffen terwijl de mannen in het huis waren.
Beim Gewitter gab es lauten Donner und einen hellen Blitz.
Tijdens het onweer was er harde donder en een felle bliksemflits.
Der Blitz schlug in den Baum ein.
The lightning struck the tree.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een felle, zigzaggende lichtflits voor in een donkere lucht.
Zoals het Engelse «blitz» (snelle flits) — denk aan een plotselinge slag.
der — stel je een sterke mannelijke figuur voor genaamd «Der Blitz» die de lucht treft: mannelijk.
Opmerkingen
Het meervoud is « Blitze ». Vaak gebruikt in samenstellingen (bijv. « Blitzlicht » = flitslicht).