verb
effect hebben, lijken
B1
wirken is een regelmatig werkwoord en betekent ‘werken’, ‘effect hebben’ of ‘lijken’. Voltooid deelwoord: gewirkt; hulpwerkwoord: haben. Het is niet scheidbaar en niet wederkerig. Vaak met auf + accusatief: auf den Körper wirken. Zonder voorzetsel: Er wirkt müde = hij lijkt moe.
Voorbeelden
Das neue Medikament wirkte besser, nachdem die Dosierung erhöht worden war, sodass die Symptome schneller verschwanden.
Het nieuwe medicijn werkte beter nadat de dosering was verhoogd, zodat de symptomen sneller verdwenen.
Seine Worte wirkten beruhigend.
Zijn woorden werkten kalmerend.
Das neue Gesetz wirkt sich positiv auf die Umwelt aus.
De nieuwe wet heeft een positieve invloed op het milieu.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een zichtbare golf van effect voor — die golf «wirkt» (heeft effect).
Klinkt als het Engelse «work in» — denk: «het werkt zo» om «wirken» = effect hebben te onthouden.
Opmerkingen
Kan wederkerend worden gebruikt in de betekenis «sich auswirken» (invloed hebben / doorwerken). «Wirken» heeft zowel een oorzakelijke/effectbetekenis als een waarnemingsbetekenis («lijken / overkomen»). | Onovergankelijk werkwoord; passieve vervoegingen zijn niet van toepassing. Konjunktiv I Präteritum-vormen worden niet gebruikt; eventuele Konjunktiv I Präteritum-invoer is gemarkeerd als «niet van toepassing».