verb
afbeelden, voorstellen, weergeven
B1
darstellen betekent ‘afbeelden’, ‘voorstellen’ of ‘uitbeelden’. Het is een scheidbaar werkwoord: dar...stellen. Hulpwerkwoord haben; voltooid deelwoord: dargestellt. Zwak, niet-reflexief en meestal met een lijdend voorwerp in de accusatief.
Voorbeelden
Der Bericht stellte die Ergebnisse dar, obwohl einige Daten fehlten.
Het rapport presenteerde de resultaten, hoewel sommige gegevens ontbraken.
Das Bild stellt eine Landschaft dar.
De afbeelding stelt een landschap voor.
In dem Film wird die historische Figur realistisch dargestellt.
In de film wordt de historische figuur realistisch weergegeven.
Details
Ezelsbruggetjes
stel je een kunstenaar voor die iets 'daar' (dar-) neerzet (stellen) om het te tonen — voorstellen of afbeelden
denk aan 'dare-stell-en' — durf iets neer te zetten (te tonen)
Opmerkingen
Een scheidbaar werkwoord (stellt ... dar). Vaak gebruikt in formele beschrijvingen (grafieken, schilderijen, teksten). Gebruikt 'haben' in de voltooide tijden.