noun
werkelijkheid, realiteit
B1
Wirklichkeit betekent ‘werkelijkheid’ of ‘realiteit’. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Wirklichkeit. Meervoud: die Wirklichkeiten. Heel vaste uitdrukking: in Wirklichkeit = ‘in werkelijkheid’, ‘eigenlijk’. Wordt vaak gebruikt om schijn en realiteit te contrasteren.
Voorbeelden
Der Bericht beschrieb die Wirklichkeit der Flüchtlinge, nachdem mehrere Interviews geführt worden waren.
Het rapport beschreef de werkelijkheid van de vluchtelingen nadat er meerdere interviews waren afgenomen.
In der Wirklichkeit ist das Problem komplizierter als in der Theorie.
In werkelijkheid is het probleem ingewikkelder dan in de theorie.
Die Wirklichkeit der Stadt hat mich überrascht.
De werkelijkheid van de stad verraste me.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je het woord ‘real’ voor, gestempeld op een scène — die stempel staat voor ‘Wirklichkeit’.
Klinkt als ‘work-lich-keit’ — denk aan ‘de werkachtige toestand’ om het met ‘werkelijkheid’ te verbinden.
Die Wirklichkeit — ‘die’ (vrouwelijk) zoals een scène (denk aan ‘de scène’ als vrouwelijk).
Opmerkingen
Altijd vrouwelijk: die Wirklichkeit. Het meervoud «Wirklichkeiten» wordt gebruikt wanneer verschillende werkelijkheden of perspectieven worden tegenovergesteld.