pronoun
wij
A1
wir is het persoonlijk voornaamwoord van de 1e persoon meervoud: ‘wij’. Het staat in de nominatief als onderwerp. Objectvorm: uns (accusatief en datief). Het werkwoord staat in het meervoud. Heel frequent in gesproken en geschreven taal.
Voorbeelden
Wenn wir mehr Zeit gehabt hätten, wären wir besser vorbereitet gewesen, sodass die Präsentation ruhiger verlaufen wäre.
Als we meer tijd hadden gehad, zouden we beter voorbereid zijn geweest, zodat de presentatie rustiger zou verlopen.
Wir gehen heute ins Kino.
We gaan vandaag naar de bioscoop.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een groep voor die naar zichzelf wijst en samen ‘wir’ zegt.
Klinkt als het Engelse ‘we’re’ (we are).
Opmerkingen
Eerste persoon meervoud, gebruikt voor groepen waar de spreker deel van uitmaakt.