adjective
echt, werkelijk, daadwerkelijk
A2
wirklich is vooral een bijwoord met de betekenis ‘echt, werkelijk’. Soms is het ook een bijvoeglijk naamwoord in de betekenis ‘werkelijk, reëel’. Als adjectief wordt het verbogen; als bijwoord blijft het onveranderlijk. Vergelijking: wirklicher, am wirklichsten.
Voorbeelden
Er suchte nach dem wirklichen Grund.
Hij zocht naar de echte reden.
Das ist wirklich interessant.
Dat is echt interessant.
Der Bericht war wirklich hilfreich, obwohl noch einige Daten fehlten und man weitere Untersuchungen geplant hatte.
Het rapport was echt nuttig, hoewel nog enkele gegevens ontbraken en er verdere onderzoeken waren gepland.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een stempel voor met « ECHT » op een document — dat bevestigt dat het wirklich (echt/werkelijk) is.
Klinkt als « wirk-lich » — denk aan iets dat echt « werkt » als echt.
Opmerkingen
Wirklich wordt vaak gebruikt als bijwoord (« echt ») en als bijvoeglijk naamwoord (« echt/werkelijk »). De context bepaalt de betekenis.