verb
kiezen, verkiezen, stemmen
A2
wählen betekent ‘kiezen’ of ‘stemmen / verkiezen’. Het is een regelmatig zwak werkwoord: Partizip II gewählt, Präteritum wählte. In de voltooide tijd gebruikt het haben. Niet reflexief. De betekenis hangt af van de context.
Voorbeelden
Die Bürger wählten den Kandidaten, obwohl mehrere Experten seine Erfahrung bezweifelten.
De burgers kozen de kandidaat, hoewel verschillende experts twijfelden aan zijn ervaring.
Viele Bürger wählen am Sonntag einen neuen Bürgermeister.
Veel burgers stemmen zondag op een nieuwe burgemeester.
Ich wähle die Nummer.
Ik draai het nummer.
Details
Ezelsbruggetjes
stel je voor dat je een vakje op een stembiljet aankruist en zegt: ‘ik kies dit’, terwijl je wä(h)len uitspreekt
klinkt als ‘wail-en’ — stel je voor dat kiezen je van blijdschap doet ‘jammeren’
niet van toepassing
Opmerkingen
Regelmatig zwak werkwoord. Wordt zowel gebruikt voor kiezen als voor stemmen; de context bepaalt de betekenis.