verb
ruziën, twisten, kibbelen
A2
streiten betekent ‘ruzie maken’, ‘ruziën’ of ‘twisten’. Het kan reflexief zijn: sich mit jemandem streiten, of niet-reflexief: über etwas streiten. Het is een sterk, onregelmatig werkwoord met haben; voltooid deelwoord: gestritten. Veel gebruikt bij conflicten.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Sie stritten sich über Kleinigkeiten.
Ze maakten ruzie over kleinigheden.
Wir streiten oft über Kleinigkeiten.
We maken vaak ruzie over kleinigheden.
Die Brüder stritten sich den ganzen Nachmittag.
De broers maakten de hele middag ruzie.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je twee stripfiguren voor die aan tegenovergestelde kanten van een touw trekken en schreeuwen (ze ‘streiten’).
klinkt als ‘street-iten’ — stel je voor dat twee mensen luid ruzie maken op straat.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
streiten kan transitief of wederkerend gebruikt worden (sich streiten mit/über). De betekenis verschuift licht afhankelijk van de constructie: «jemand mit jemandem streiten» vs. «sich mit jemandem streiten». Opmerking: persoonlijke passiefvormen (bv. «ich werde gestritten») zijn niet grammaticaal voor dit werkwoord; gebruik indien nodig het onpersoonlijke passief (bv. «Es wird gestritten»).