verb
delen, verdelen
A2
teilen is een regelmatig zwak werkwoord met de betekenissen ‘delen’, ‘opsplitsen’ en ‘iets met iemand delen’. Vaak staat er mit + datief bij: etwas mit jemandem teilen. Hulpwerkwoord: haben; voltooid deelwoord: geteilt. Niet wederkerend.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Wir teilen die Torte in sechs Stücke.
We verdelen de taart in zes stukken.
Wir haben die Arbeit geteilt.
We hebben het werk verdeeld.
Er teilte sein Spielzeug mit seinem Freund.
Hij deelde zijn speelgoed met zijn vriend.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je voor dat je een taart snijdt en iedereen een stuk geeft.
denk aan 'tail' — stel je voor dat je een staart in stukken splitst
n/a
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Zwak (regelmatig) werkwoord. Kan transitief worden gebruikt (iets delen) of in contexten met de betekenis 'splitsen/verdelen'.