noun
car, wagon
A1
Wagen is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Wagen. Het betekent ‘auto’, ‘wagen’ of ‘rijtuig/wagon’, afhankelijk van de context. Het meervoud is hetzelfde: Wagen. Genitief enkelvoud: des Wagens. Veelgebruikt in alledaagse taal en samenstellingen.
Voorbeelden
Der alte Wagen steht im Hof.
De oude wagen staat op de binnenplaats.
Der Wagen ist rot.
De auto is rood.
Der alte Wagen meines Großvaters ist immer noch fahrtüchtig.
De oude auto van mijn grootvader is nog steeds rijwaardig.
Details
Ezelsbruggetjes
imagine an old wagon and a modern car both called 'Wagen'
der = picture a male driver in the wagon
Opmerkingen
Wagen can mean car or wagon; modern usage often means car (synonym: Auto).