rufen

verb
roepen, bellen, schreeuwen
A2

rufen betekent ‘roepen’, ‘schreeuwen’ of ‘iemand oproepen’. Het is een sterk, niet-wederkerig werkwoord met haben in het perfekt: hat gerufen. De verleden tijd is rief, het voltooid deelwoord gerufen. Je gebruikt het voor iemand roepen of hard schreeuwen, zonder vaste prepositie.

Voorbeelden

Hast du mich gerufen?
Heb je me geroepen?
Der Lehrer rief laut, weil die Schüler nicht aufpassten.
De leraar riep hard omdat de leerlingen niet oplette.
Ich habe dich angerufen.
Ik heb je gebeld.

Details

Hulpwerkwoordhaben
ScheidbaarNee
RegelmatigNee
Werkwoordtypestrong
Stamveranderingenu -> ie in preterite (rief)

Hoofdsvormen

Präsens (3. Sg.)er/sie/es ruft
Präteritum (3. Sg.)er/sie/es rief
Perfekter/sie/es hat gerufen

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je iemand voor die zijn handen als een megafoon gebruikt en over een veld roept.
👂Klinkt als het Engelse «roof-in» — stel je voor dat iemand van het dak af roept.

Opmerkingen

Onregelmatig werkwoord: klinkerwisseling in de verleden tijd (rief) en het voltooid deelwoord (gerufen).

Categorie

Woordenschatverkenner

In de buurt in het woordenboek

ichrufe
durufst
er/sie/esruft
wirrufen
ihrruft
sie/Sierufen
ichwerde gerufen
duwirst gerufen
er/sie/eswird gerufen
wirwerden gerufen
ihrwerdet gerufen
sie/Siewerden gerufen
ichrufe
durufest
er/sie/esrufe
wirrufen
ihrrufet
sie/Sierufen
ichwerde gerufen
duwerdest gerufen
er/sie/eswerde gerufen
wirwerden gerufen
ihrwerdet gerufen
sie/Siewerden gerufen
ichwürde rufen
duwürdest rufen
er/sie/eswürde rufen
wirwürden rufen
ihrwürdet rufen
sie/Siewürden rufen
ichwürde gerufen werden
duwürdest gerufen werden
er/sie/eswürde gerufen werden
wirwürden gerufen werden
ihrwürdet gerufen werden
sie/Siewürden gerufen werden
duruf!
ihrruft!
Sierufen!