verb
verwonden, bezeren, schenden
A2
verletzen betekent ‘verwonden’ of ‘pijn doen’, maar ook ‘overtreden’ van een regel of recht. Het is een zwak, regelmatig werkwoord met haben in het Perfekt. Het kan wederkerend zijn: sich verletzen = zich bezeren, vaak per ongeluk; of transitief: jemanden verletzen.
Voorbeelden
Diese Aktion verletzt mehrere Vorschriften und möglicherweise seine Rechte.
Deze actie schendt meerdere voorschriften en mogelijk zijn rechten.
Ich verletze mich nicht.
Ik raak niet gewond.
Er verletzte sich beim Sport.
Hij raakte gewond tijdens het sporten.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je het voorvoegsel ‘ver-’ voor als een scheur en iemand genaamd ‘Letz’ die gewond raakt — een snel beeld van letsel.
Denk aan ‘ver-LET-zen’ — het ‘let’ erin herinnert je eraan dat iemand ‘laat’ gewond raakt.
Opmerkingen
Verletzen kan wederkerend worden gebruikt (sich verletzen = zichzelf bezeren) of niet-wederkerend (jemanden verletzen = iemand verwonden/bezeren). De wederkerende vorm beschrijft vaak een ongelukje.