verb
verlaten, in de steek laten, achterlaten
B1
verlassen betekent “verlaten”, “achterlaten” of “in de steek laten”. Het is een sterk onregelmatig werkwoord: du/er verlässt, verleden tijd verließ. Hulpwerkwoord: haben. In de wederkerende vorm sich auf jemanden verlassen betekent het “op iemand vertrouwen”, met auf + accusatief.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Er verlässt sich auf seine Freunde.
Hij vertrouwt op zijn vrienden.
Sie hat das Land verlassen.
Ze heeft het land verlaten.
Wir müssen das Haus jetzt verlassen, sonst kommen wir zu spät.
We moeten nu het huis verlaten, anders komen we te laat.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een persoon voor die een huis uitloopt en het bordje op de deur langzaam verandert in het woord „verlassen” terwijl hij de deur achter zich dichtdoet.
Denk aan „fare-less-en” — weggaan met minder (fare) helpt om „verlassen” = verlaten/in de steek laten te onthouden.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Veelgemaakte fout: „verlassen” (verlaten / in de steek laten) verschilt van „zurücklassen” (achterlaten). Ook gebruikt in de lijdende vorm („verlassen werden”) en in de wederkerende vorm „sich verlassen auf” (vertrouwen op) met een andere betekenis.