verb
verdwalen, de weg kwijt raken, verlopen, verlopen
B1
verlaufen betekent 1) zich verlaufen = verdwalen, 2) etwas verläuft = verlopen, zich afspelen. Het is een sterk onregelmatig werkwoord met klinkerverandering: Präteritum verlief. Perfect: ich habe mich verlaufen. Kan wederkerig of niet-wederkerig zijn.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Die Demonstration verlief friedlich.
De demonstratie verliep vreedzaam.
Die Demonstration verlief friedlich und ohne Zwischenfälle.
De demonstratie verliep vreedzaam en zonder incidenten.
Ich habe mich verlaufen.
Ik ben verdwaald.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een persoon voor die van het pad afloopt en een kaart met «verlaufen» waarop een verkeerde route staat.
Denk aan «ver-lauf-en» als «lopen» (lauf) met «ver» — het koppelt lopen aan de weg kwijtraken.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Wordt vaak wederkerend gebruikt («sich verlaufen» = verdwalen). Niet-wederkerig kan het betekenen: «verlopen» of «zich afspelen», zoals in «etwas verläuft gut» = iets verloopt goed. | Onovergankelijk werkwoord; passieve vormen zijn niet van toepassing.