verb
verbieden, verbod opleggen, niet toestaan
A2
verbieten is een sterk, onregelmatig en niet-scheidbaar werkwoord met de betekenis ‘verbieden’. Hoofdvormen: verbieten – verbot – verboten. In de voltooide tijd staat haben. Het komt vaak voor in de lijdende vorm: etwas wird verboten. Imperatief (du): verbiete.
Voorbeelden
In vielen Ländern verbietet das Gesetz bestimmte Drogen.
In veel landen verbiedt de wet bepaalde drugs.
Meine Eltern verbieten mir das.
Mijn ouders verbieden me dat.
Der Lehrer verbot das Rauchen.
De leraar verbood roken.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een groot rood bord voor met het woord 'VERBIETEN' erop gestempeld om te laten zien dat iets niet is toegestaan.
Klinkt als het Engelse 'forbid/forbidden' (verbieten ~ forbidden).
Opmerkingen
Wordt vaak gebruikt om over regels, wetten en formele verboden te spreken. Synoniemen: 'untersagen'; tegenovergestelde van 'erlauben' (toestaan). Het voltooid deelwoord is 'verboten' (Das ist verboten).