schaden

verb
schaden, benadelen
B1

schaden betekent ‘schaden’, ‘nadeel toebrengen’ of ‘beschadigen’. Het is een regelmatig zwak werkwoord: Partizip II geschadet, perfect met haben. Niet wederkerend. Vaak met datief: jemandem schaden. Veel gebruikt in algemene, medische en juridische context.

Voorbeelden

Der Sturm hat dem Haus geschadet.
De storm heeft het huis beschadigd.
Rauchen schadet der Gesundheit.
Roken is schadelijk voor je gezondheid.
Obwohl der Regen stark war, schadete er der Ernte nicht, weil die Felder gut entwässert worden waren.
Hoewel de regen hevig was, beschadigde hij de oogst niet omdat de velden goed waren gedraineerd.

Details

Hulpwerkwoordhaben
ScheidbaarNee
RegelmatigJa
Werkwoordtypeweak

Hoofdsvormen

Präsens (3. Sg.)er/sie/es schadet
Präteritum (3. Sg.)er/sie/es schadete
Perfekter/sie/es hat geschadet

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een barst voor die zich door glas verspreidt — elke barst «schadet» de integriteit.
👂klinkt als «shady» — als iets shady is, kan het je plannen schaden.
⚧️N/A

Opmerkingen

Neemt de datief voor de persoon die schade ondervindt: «Das schadet mir.» Zwak (regelmatig) werkwoord. Wordt vaker gebruikt in onpersoonlijke constructies of met abstracte schade. | Het werkwoord vormt meestal geen passief; passieve vormen zijn niet van toepassing.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek

ichschade
duschadest
er/sie/esschadet
wirschaden
ihrschadet
sie/Sieschaden
ichschade
duschadest
er/sie/esschade
wirschaden
ihrschadet
sie/Sieschaden
ichwürde schaden
duwürdest schaden
er/sie/eswürde schaden
wirwürden schaden
ihrwürdet schaden
sie/Siewürden schaden
duschade!
ihrschadet!
Sieschaden!