verb
verliefd worden, zich verlieven
A2
verlieben betekent verliefd worden. Het is een wederkerig werkwoord: sich in jemanden verlieben = verliefd worden op iemand. Zwak en regelmatig; voltooid deelwoord verliebt. In de voltooide tijden met haben. Niet scheidbaar.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Ich habe mich in sie verliebt.
Ik werd verliefd op haar.
Als sie sich das erste Mal trafen, verliebten sich die beiden, obwohl sie aus verschiedenen Städten kamen.
Toen ze elkaar voor het eerst ontmoetten, werden ze allebei verliefd, hoewel ze uit verschillende steden kwamen.
Er verliebte sich in sie.
Hij werd verliefd op haar.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je voor dat je struikelt en in een groot hart met het label «ver» valt — je «wordt verliefd» (ver-LIE-ben).
Hoor «ver-LIE-ben» — het «lie»-geluid kan je doen denken aan ergens in ‘vallen’ om «verliefd worden» te onthouden.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
verlieben wordt meestal wederkerend gebruikt: sich verlieben in + accusatief (sich in jemanden verlieben). Gebruik «haben» in voltooide tijden (ich habe mich verliebt). Verwar het voltooid deelwoord «verliebt» (bijvoeglijk naamwoord: «er ist verliebt») niet met de werkwoordsvormen. Het werkwoord heeft een onlosmakelijk voorvoegsel (ver- is onlosmakelijk) en wordt behandeld als een regelmatig (zwak) werkwoord. | Onovergankelijk (wederkerend) werkwoord; passief is niet van toepassing.