verb
overstappen, van trein wisselen
A2
umsteigen betekent „overstappen”, vooral van trein of vervoermiddel wisselen. Het is een scheidbaar sterk werkwoord: steig – stieg – umgestiegen. In de voltooide tijden gebruikt het sein: ich bin umgestiegen. Vaak met in/auf + accusatief.
Voorbeelden
Sie stieg in Berlin um.
Ze stapte in Berlijn over.
Wir müssen in München umsteigen, um nach Salzburg zu kommen.
We moeten in München overstappen om in Salzburg te komen.
Ich steige am nächsten Bahnhof um.
Ik stap over op het volgende station.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je voor dat iemand (steigen) rond (um) van de ene trein naar de andere stapt.
denk aan «um» = «rond» en «steigen» = «klimmen» -> overstappen/naar een andere trein gaan.
Opmerkingen
Scheidbaar werkwoord: in de tegenwoordige tijd splitst het voorvoegsel (ich steige um). Gebruikt «sein» in het perfect: «ist umgestiegen». | Onovergankelijk werkwoord; passieve vormen zijn niet van toepassing. De vervoegingstabel laat persoonlijke (en wederkerige) voornaamwoorden weg — alleen de werkwoordsvormen/hulpwerkwoorden worden getoond.