noun
milieu, omgeving
B1
Umwelt (v.) betekent milieu, omgeving of de wereld om ons heen. Meestal gebruikt als verzamelnaam in het enkelvoud: die Umwelt; het meervoud Umwelten bestaat voor verschillende omgevingen. Genitief: der Umwelt. Veel gebruikt in ecologische context.
Voorbeelden
Wir müssen die Umwelt schützen.
We moeten het milieu beschermen.
Die Pflanzen in meiner Umgebung sind Teil der Umwelt.
De planten om mij heen maken deel uit van het milieu.
Wir müssen die Umwelt schützen.
We moeten het milieu beschermen.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een groot groen veld voor dat een stad omringt — dat is de «Umwelt».
Klinkt als ‘oom-velt’ — stel je een fluwelen groene omgeving voor.
de/het? → denk aan een vrouw genaamd ‘Ulla’ die voor het milieu zorgt: ‘die Umwelt’
Opmerkingen
Wordt vaak gebruikt als massanomen (meestal enkelvoud) voor de natuurlijke en gebouwde omgeving. Combinaties: Umwelt schützen, Umweltschutz, Umweltverschmutzung.