noun
ruil, retour, omruiling
B1
Umtausch (m.) betekent omruiling of het terugbrengen van een product, vooral in winkels. Meervoud: Umtausche. Genitief enkelvoud: des Umtausches. Je ziet het vaak in zinnen als zum Umtausch mitbringen: iets meenemen om te ruilen.
Voorbeelden
Ich möchte den Artikel umtauschen.
Ik wil het artikel ruilen.
Der Umtausch ist innerhalb von 14 Tagen möglich.
Ruilen is binnen 14 dagen mogelijk.
Kunden warteten lange beim Umtausch, weil das System sehr langsam war.
Klanten wachtten lang bij de omruiling, omdat het systeem erg traag was.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een toonbank in een winkel voor met een bordje „Umtausch” waar klanten spullen ruilen.
klinkt als „um-touch” — stel je voor dat je een item aanraakt om het te ruilen.
der Umtausch — denk aan „der” als een mannelijke winkelbediende die ruilingen afhandelt.
Opmerkingen
Veelgebruikt in winkelcontexten. Kan telbaar zijn („ein Umtausch”, „zwei Umtausche”), maar wordt vaak in algemene zin gebruikt (de handeling van ruilen).