verpassen

verb
missen, verpassen
A2

Werkwoord met de betekenis ‘missen’, ‘verpassen’ of ‘aan je voorbij laten gaan’. Gebruikt voor een trein, bus, kans of persoon: einen Zug verpassen. Regelmatig zwak werkwoord, niet-scheidbaar en niet-reflexief; met haben: hat verpasst.

VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES

Ich habe die Gelegenheit verpasst.
Ik heb de gelegenheid gemist.
Ich verpasse den Bus.
Ik mis de bus.
Sie hat die Gelegenheit verpasst.
Ze heeft de kans gemist.

VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL

VOCABULARY.DETAILS.AUXILIARYhaben
VOCABULARY.DETAILS.SEPARABLEVOCABULARY.DETAILS.NO
VOCABULARY.DETAILS.REGULARVOCABULARY.DETAILS.YES
VOCABULARY.DETAILS.VERB_TYPEweak

VOCABULARY.DETAILS.PRINCIPAL_FORMS

Präsens (3. Sg.)er/sie/es verpasst
Präteritum (3. Sg.)er/sie/es verpasste
Perfekter/sie/es hat verpasst

VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS

👁️Stel je een bus voor die langs je heen rijdt terwijl je kijkt — je ‘verpasst’ de bus.
👂Denk aan ‘over-pass’ — je laat de bus aan je voorbijgaan en mist hem.

VOCABULARY.DETAILS.NOTES

Verpassen wordt gebruikt voor het missen van vervoer, gebeurtenissen of kansen. Het wordt NIET gebruikt voor het missen van personen (dan zeg je «jemanden vermissen»). Het is een transitief werkwoord dat een lijdend voorwerp krijgt (den Bus, die Gelegenheit). In de voltooide tijden gebruikt het «haben» (ich habe verpasst).

VOCABULARY.DETAILS.CATEGORY

VOCABULARY.DETAILS.VOCABULARY_EXPLORER

VOCABULARY.DETAILS.NEARBY_WORDS

ichverpasse
duverpasst
er/sie/esverpasst
wirverpassen
ihrverpasst
sie/Sieverpassen
ichwerde verpasst
duwirst verpasst
er/sie/eswird verpasst
wirwerden verpasst
ihrwerdet verpasst
sie/Siewerden verpasst
ichverpasse
duverpassest
er/sie/esverpasse
wirverpassen
ihrverpasset
sie/Sieverpassen
ichwerde verpasst
duwerdest verpasst
er/sie/eswerde verpasst
wirwerden verpasst
ihrwerdet verpasst
sie/Siewerden verpasst
ichverpasste
duverpasstest
er/sie/esverpasste
wirverpassten
ihrverpasstet
sie/Sieverpassten
ichwürde verpasst werden
duwürdest verpasst werden
er/sie/eswürde verpasst werden
wirwürden verpasst werden
ihrwürdet verpasst werden
sie/Siewürden verpasst werden
duverpass
ihrverpasst
Sieverpassen