verb
controleren, verifiëren, nakijken
B1
überprüfen betekent ‘controleren’, ‘nakijken’ of ‘verifiëren’. Het is een zwak, niet-scheidbaar werkwoord met haben; voltooid deelwoord: überprüft. Veel gebruikt in formele, technische en administratieve contexten, bijvoorbeeld bij documenten, data en apparaten.
Voorbeelden
Der Ingenieur überprüfte die Maschine, weil das Team einen Fehler bemerkte.
De ingenieur controleerde de machine omdat het team een storing opmerkte.
Der Techniker überprüfte die Maschine, bevor sie in Betrieb ging.
De technicus controleerde de machine voordat deze in gebruik werd genomen.
Ich muss noch meine E-Mails überprüfen, ob alles angekommen ist.
Ik moet mijn e-mails nog controleren om te zien of alles is aangekomen.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een checklist voor waarop elk item wordt afgevinkt tijdens de inspectie.
Denk aan ‘over-proof’ — iets opnieuw ‘proof’ maken (verifiëren).
Opmerkingen
Veelgebruikt transitief werkwoord voor het controleren van documenten, systemen, gegevens, enz. Niet-scheidbaar; het voltooid deelwoord heeft geen voorvoegsel ‘ge-’ (überprüft).