verb
vergemakkelijken, verlichten
B1
erleichtern betekent „vergemakkelijken”, „makkelijker maken” of „verlichten”. Het is een regelmatig zwak werkwoord, niet wederkerig en niet scheidbaar. Perfekt: hat erleichtert. Ook mogelijk in de lijdende vorm: etwas wird erleichtert. Handig bij taken, problemen of klachten.
Voorbeelden
Das neue Tool erleichtert die Arbeit der Mitarbeiter.
De nieuwe tool maakt het werk van de medewerkers gemakkelijker.
Das erleichtert meine Arbeit.
Dat maakt mijn werk gemakkelijker.
Das hat mir die Entscheidung erleichtert.
Dat maakte de beslissing voor mij gemakkelijker.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een zware doos voor waarvan het gewicht wordt verwijderd, waardoor de taak makkelijker wordt.
Klinkt als ‘air-lighter’ — stel je voor dat iets lichter (makkelijker) wordt.
N.v.t.
Opmerkingen
Transitief zwak werkwoord. Vormt vaak passieve constructies (etwas wird erleichtert). Hulpwerkwoord «haben» voor voltooide tijden.