verb
verrassen, verbazen
B1
überraschen is een zwak, regelmatig werkwoord en betekent ‘verrassen’, ‘verbazen’ of ‘overvallen’. Het is meestal transitief: jemanden überraschen. Perfekt met haben: hat überrascht. Niet-scheidbaar en niet-reflexief. Veelgebruikte uitdrukking: zu meiner Überraschung; ook vaak in de lijdende vorm.
Voorbeelden
Ich überrasche dich mit einem Geschenk.
Ik verras je met een cadeau.
Es wird dich überraschen, wie viel Zeit das braucht.
Het zal je verbazen hoeveel tijd dat kost.
Ich bin überrascht worden.
Ik ben verrast.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je iemand voor die van achter («über») een struik tevoorschijn springt om je te verrassen.
Denk aan «over-rush-en» — een golf die over je heen komt als je verrast bent.
Opmerkingen
Een veelgebruikt transitief werkwoord dat betekent dat je verrassing veroorzaakt. Het voltooid deelwoord «überrascht» wordt met haben gebruikt.