adjective
luid
A1
laut betekent ‘hard’ of ‘luid’ en beschrijft geluid, muziek, een stem of soms gedrag. Het is trapbaar: lauter, am lautesten. Tegenovergestelde: leise, still. Je gebruikt het attributief en predicatief, bijvoorbeeld ein lauter Ton of die Musik ist laut.
Voorbeelden
Die Musik ist zu laut.
De muziek staat te hard.
Die Nachbarn beschwerten sich, weil die Musik zu laut gespielt wurde.
De buren klaagden omdat de muziek te hard werd gespeeld.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een luidspreker voor die heel hard staat.
klinkt als het Engelse «loud» met een andere klinker.
Opmerkingen
Kan in sommige contexten ook bijwoordelijk worden gebruikt als «laut» (hardop). Vergrotende trap «lauter», overtreffende trap «am lautesten».