laut

adjective
luid
A1

laut betekent ‘hard’ of ‘luid’ en beschrijft geluid, muziek, een stem of soms gedrag. Het is trapbaar: lauter, am lautesten. Tegenovergestelde: leise, still. Je gebruikt het attributief en predicatief, bijvoorbeeld ein lauter Ton of die Musik ist laut.

Voorbeelden

Die Musik ist zu laut.
De muziek staat te hard.
Die Nachbarn beschwerten sich, weil die Musik zu laut gespielt wurde.
De buren klaagden omdat de muziek te hard werd gespeeld.

Details

VergelijkbaarJa
Vergrotende traplauter
Overschrijvende trapam lautesten
Voltooid deelwoordNee

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een luidspreker voor die heel hard staat.
👂klinkt als het Engelse «loud» met een andere klinker.

Opmerkingen

Kan in sommige contexten ook bijwoordelijk worden gebruikt als «laut» (hardop). Vergrotende trap «lauter», overtreffende trap «am lautesten».

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek