noun
luidspreker, speaker
B1
Lautsprecher is een mannelijk zelfstandig naamwoord: ‘luidspreker’ of ‘speaker’. Meervoud: die Lautsprecher, dus zonder verandering. Het woord verwijst naar een apparaat dat geluid weergeeft, bijvoorbeeld in audio-installaties of auto’s. Niet verwarren met Sprecher.
Voorbeelden
Die Musik aus den Lautsprechern ist viel zu laut.
De muziek uit de luidsprekers is veel te hard.
Der Veranstalter entfernte die defekten Lautsprecher, weil sie ständig Störungen verursachten.
De organisator verwijderde de defecte luidsprekers, omdat ze voortdurend storingen veroorzaakten.
Die Stereoanlage hat zwei Lautsprecher.
De stereo-installatie heeft twee luidsprekers.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een doos voor met geluidsgolven en het label ‘Lautsprecher’.
Laut (luid) + Sprecher (spreker) — letterlijk ‘luid-spreker’.
der (mannelijk) — beeld je een mannelijke omroeper in als geheugensteun: ‘der Sprecher’.
Opmerkingen
« Lautsprecher » wordt vaak gebruikt voor zowel een losse speaker als voor luidsprekers in een set; het meervoud is vaak gelijk aan het enkelvoud (Lautsprecher).