Lautsprecher

noun
luidspreker, speaker
B1

Lautsprecher is een mannelijk zelfstandig naamwoord: ‘luidspreker’ of ‘speaker’. Meervoud: die Lautsprecher, dus zonder verandering. Het woord verwijst naar een apparaat dat geluid weergeeft, bijvoorbeeld in audio-installaties of auto’s. Niet verwarren met Sprecher.

Voorbeelden

Die Musik aus den Lautsprechern ist viel zu laut.
De muziek uit de luidsprekers is veel te hard.
Der Veranstalter entfernte die defekten Lautsprecher, weil sie ständig Störungen verursachten.
De organisator verwijderde de defecte luidsprekers, omdat ze voortdurend storingen veroorzaakten.
Die Stereoanlage hat zwei Lautsprecher.
De stereo-installatie heeft twee luidsprekers.

Details

MeervoudLautsprecher

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Lautsprecherdie Lautsprecher
genitivedes Lautsprechersder Lautsprecher
dativedem Lautsprecherden Lautsprechern
accusativeden Lautsprecherdie Lautsprecher

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een doos voor met geluidsgolven en het label ‘Lautsprecher’.
👂Laut (luid) + Sprecher (spreker) — letterlijk ‘luid-spreker’.
⚧️der (mannelijk) — beeld je een mannelijke omroeper in als geheugensteun: ‘der Sprecher’.

Opmerkingen

« Lautsprecher » wordt vaak gebruikt voor zowel een losse speaker als voor luidsprekers in een set; het meervoud is vaak gelijk aan het enkelvoud (Lautsprecher).

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek