adjective
stil, rustig, kalm
B1
still is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis ‘stil’, ‘rustig’ of ‘zwijgend’. Het is trapbaar: stiller, am stillsten. Tegenstelling: laut. Je gebruikt het attributief of predicatief; de nuance hangt af van de context, van geluidloos tot kalm.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Der Saal blieb still, als die Musiker die Bühne betraten, und das Publikum hörte gespannt zu.
De zaal bleef stil toen de muzikanten het podium betraden, en het publiek luisterde aandachtig.
Er blieb still, als die Frage gestellt wurde.
Hij bleef stil toen de vraag werd gesteld.
Im Museum war es so still, dass man eine Stecknadel fallen hören konnte.
In het museum was het zo stil dat je een speld kon horen vallen.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een perfect stil meer voor zonder rimpels om te onthouden dat still = kalm/stil.
Dezelfde spelling en bijna dezelfde betekenis als het Engelse still, uitgesproken vergelijkbaar voor ‘stil’.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Veelvoorkomend bijvoeglijk naamwoord met de betekenis ‘stil’ of ‘bewegingsloos’; niet verwarren met Engels ‘still’ in de betekenis ‘nog’ — de betekenissen overlappen deels, maar de context verschilt.