adjective
mooi, prachtig, knap
A1
schön betekent ‘mooi’, ‘leuk’ of ‘aangenaam’. Je gebruikt het voor mensen, dingen en ervaringen. Het is trapbaar: schöner, am schönsten. Het kan attributief en predicatief staan en wordt als een gewoon Duits bijvoeglijk naamwoord verbogen.
Voorbeelden
Das Bild ist schön.
De afbeelding is mooi.
Der Park war schön, als die Sonne unterging und die Blumen noch blühten.
Het park was prachtig toen de zon onderging en de bloemen nog in bloei stonden.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een prachtig schilderij voor dat schittert en 'schön' is
zoals 'sjoen' — iets dat straalt en mooi is
Opmerkingen
Vaak gebruikt in complimenten en beschrijvingen (Das ist schön!).