adjective
stil, rustig
A1
ruhig is een bijvoeglijk naamwoord en ook bijwoord: „rustig”, „stil”, „kalm”. Het is trapbaar: ruhiger, am ruhigsten. Tegenstellingen: laut, unruhig. Je gebruikt het voor personen, plaatsen en stemmingen, maar ook in uitroepen als Bleib ruhig!
Voorbeelden
Bitte sei heute Abend ruhig.
Wees vanavond alsjeblieft stil.
Die Stadt blieb in der Nacht ruhig, obwohl viele Menschen wegen des Konzerts gekommen waren.
De stad bleef 's nachts rustig, hoewel veel mensen vanwege het concert waren gekomen.
Details
Ezelsbruggetjes
Picture a calm lake with the word 'ruhig' floating over it to signal peace and quiet.
Sounds a bit like 'ruin' but think 'ruhig' -> 'roo-ig' = 'room is quiet'.
Opmerkingen
Wordt ook gebruikt in de betekenis van ‘kalm’ (voor een persoon of een plek).