Kamera

noun
camera
A2

Kamera (de) betekent camera: een toestel om foto’s te maken of video op te nemen. Vrouwelijk zelfstandig naamwoord met meervoud Kameras. Gewone verbuiging: die Kamera, die Kameras. Veelgebruikt in het dagelijks taalgebruik, zonder vaste prepositie of onregelmatige vorm.

Voorbeelden

Ich habe eine Kamera.
Ik heb een camera.
Die Kamera ist sehr teuer.
De camera is erg duur.
Die Touristen ließen die Kamera fallen, als das Stativ riss.
De toeristen lieten de camera vallen toen het statief brak.

Details

MeervoudKameras

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedie Kameradie Kameras
genitiveder Kamerader Kameras
dativeder Kameraden Kameras
accusativedie Kameradie Kameras

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een kleine camera voor met een grote lens.
👂Klinkt als het Engelse ‘camera’.
⚧️die: stel je ‘die Kamera’ voor met een vrouwelijke logosticker.

Opmerkingen

Meervoud is ‘Kameras’. Veelgebruikt woord in fotografiecontexten.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek