Rad

noun
wiel, fiets
A2

Rad betekent „wiel”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Rad, meervoud die Räder. Verbuiging: des Rades, dem Rad. Het meervoud is onregelmatig met umlaut. Het woord verwijst naar een wiel van een voertuig of machine en komt vaak voor in samenstellingen zoals Fahrrad.

Voorbeelden

Das Rad dreht sich.
Het wiel draait.
Das Rad des Fahrrads ist kaputt.
Het wiel van de fiets is kapot.
Der Mechaniker tauschte das Rad am Fahrrad, nachdem der Kunde den Schaden gemeldet hatte, damit die Tour weitergehen konnte.
De monteur verving het wiel van de fiets nadat de klant de schade had gemeld, zodat de tocht kon doorgaan.

Details

MeervoudRäder

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedas Raddie Räder
genitivedes Radesder Räder
dativedem Radden Rädern
accusativedas Raddie Räder

Ezelsbruggetjes

👁️een fietswiel dat over de weg draait
👂rad -> ‘rod’ (wielas) als visuele houvast
⚧️das = onzijdig — stel je een klein neutraal wiel in een doos voor

Opmerkingen

Kan wiel betekenen of, informeel, in sommige contexten fiets; meervoud: Räder.

Categorie

Woordenschatverkenner

In de buurt in het woordenboek