noun
kanaal
B1
Kanal is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Kanal. Betekent een waterkanaal of een tv-/communicatiekanaal. Meervoud: die Kanäle. Gewone verbuiging: des Kanals, den Kanälen. Let op het lidwoord en de umlaut in het meervoud.
Voorbeelden
Der Kanal verbindet die beiden Flüsse.
Het kanaal verbindt de twee rivieren.
Die Stadt hat einen alten Kanal, der durch das Zentrum fließt.
De stad heeft een oud kanaal dat door het centrum stroomt.
Der LKW fiel in den Kanal, als der Fahrer die Kontrolle verlor.
De vrachtwagen viel in het kanaal toen de bestuurder de controle verloor.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een smalle waterweg met kleine bootjes voor — een kanaal dat door een stad kronkelt
Klinkt als «kanaal» — bijna hetzelfde woord!
DER Kanal — stel je een mannelijke ingenieur voor die het kanaal bouwt (der = mannelijk)
Opmerkingen
«Kanal» kan een waterweg (kanaal) of een uitzendkanaal (tv, radio) betekenen. De context bepaalt de betekenis; meervoud is «Kanäle».