noun
rugzak
A2
Rucksack betekent ‘rugzak’. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Rucksack, meervoud die Rucksäcke. Genitief enkelvoud vaak des Rucksacks. Let op de umlaut in het meervoud: a → ä + -e. Veelgebruikt woord.
Voorbeelden
Die Schüler stellten ihre Rucksäcke in die Ecke, bevor die Lehrerin den Unterricht begann.
De leerlingen zetten hun rugzakken in de hoek voordat de lerares met de les begon.
Ich packe mein Buch in den Rucksack.
Ik stop mijn boek in de rugzak.
Ich packe meinen Rucksack.
Ik pak mijn rugzak in.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een student voor met een grote rugzak met 'der Rucksack' op de banden.
Ruck-sack — stel je een tas voor die een kleine 'ruk' geeft als je hem optilt.
der Rucksack — mannelijk: stel je een sterke (der) wandelaar voor die hem draagt.