noun
fototoestel, camera
A2
Fotoapparat (m.) betekent ‘fototoestel’ of ‘camera’. Meervoud: Fotoapparate. Regelmatige verbuiging: dem Fotoapparat in de datief, der Fotoapparate in het genitief meervoud. Vaak vrijwel synoniem met Kamera; bruikbaar voor zowel analoge als digitale toestellen.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Ich habe meinen Fotoapparat vergessen.
Ik ben mijn fototoestel vergeten.
Die Touristen kauften einen Fotoapparat, damit sie im Urlaub bessere Bilder machen konnten.
De toeristen kochten een fototoestel zodat ze op vakantie betere foto’s konden maken.
Mit diesem Fotoapparat habe ich viele Urlaubsbilder gemacht.
Met deze camera heb ik veel vakantiefoto's gemaakt.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een oude boxcamera voor met een flitser en het label ‘Fotoapparat’ erop.
photo apparatus → Fotoapparat
der → stel je een mannelijke fotograaf voor die de camera vasthoudt
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Een gewoon alledaags woord voor een camera; in informele spreektaal zegt men ook vaak «Kamera».