noun
gevecht, strijd, worsteling
B1
Kampf, der betekent „gevecht”, „strijd” of „worsteling”. Het kan gaan om een fysieke confrontatie, maar ook om een innerlijke of figuurlijke strijd. Meervoud: Kämpfe. Genitief: des Kampfes.
Voorbeelden
Sein täglicher Kampf mit der Müdigkeit machte ihm zu schaffen.
Zijn dagelijkse strijd met vermoeidheid viel hem zwaar.
Der Kampf um die Freiheit dauerte viele Jahre.
De strijd voor vrijheid duurde vele jaren.
Der Kampf für die Gleichberechtigung der Frauen dauert schon lange.
De strijd voor gelijkheid van vrouwen duurt al lang.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je twee mensen voor in een historische veldslag, met banieren en stof — een levendige scène van Kampf
Denk aan ‘camp’ + ‘f’ — een felle ‘camp fight’-afbeelding
DER Kampf — stel je een sterke, mannelijke krijger voor (der = mannelijk)
Opmerkingen
Kampf kan gebruikt worden voor fysieke gevechten, militaire veldslagen of figuurlijke strijd (bijv. een strijd tegen een ziekte). Let op: in samenstellingen en vaste uitdrukkingen kan de betekenis verschuiven (bijv. «Kampfgeist» = vechtlust).