kämpfen

verb
vechten, strijden, worstelen
B1

kämpfen is een zwak, niet-scheidbaar en niet-wederkerend werkwoord met de betekenis ‘vechten’, ‘strijden’ of ‘zich inspannen’. Het komt vaak voor met für, gegen en um. Perfect: hat gekämpft; voltooid deelwoord: gekämpft. Veelgebruikt, ook figuurlijk.

Voorbeelden

Ich kämpfe für meine Rechte.
Ik strijd voor mijn rechten.
Ich habe für meine Überzeugungen gekämpft.
Ik heb voor mijn overtuigingen gevochten.
Er kämpfte tapfer.
Hij vocht dapper.

Details

Hulpwerkwoordhaben
ScheidbaarNee
RegelmatigJa
Werkwoordtypeweak

Hoofdsvormen

Präsens (3. Sg.)er/sie/es kämpft
Präteritum (3. Sg.)er/sie/es kämpfte
Perfekter/sie/es hat gekämpft

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je twee mensen in een ring (boksen) voor met het label ‘kämpfen’ erboven
👂Klinkt een beetje als ‘camp’ + ‘fen’ — stel je vechters in een kamp voor.

Opmerkingen

kämpfen is een regelmatig (zwak) werkwoord dat vechten of strijden betekent; het wordt vaak zowel letterlijk (gevecht, sport) als figuurlijk (strijden voor een zaak) gebruikt. Reflexief/intransitief werkwoord — passieve vormen (Vorgangspassiv) zijn niet van toepassing omdat het werkwoord intransitief is.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek

ichkämpfe
dukämpfst
er/sie/eskämpft
wirkämpfen
ihrkämpft
sie/Siekämpfen
ichkämpfe
dukämpfest
er/sie/eskämpfe
wirkämpfen
ihrkämpfet
sie/Siekämpfen
ichkämpfte
dukämpftest
er/sie/eskämpfte
wirkämpften
ihrkämpftet
sie/Siekämpften
dukämpf!
ihrkämpft!
SieKämpfen Sie!