verb
vechten, strijden, worstelen
B1
kämpfen is een zwak, niet-scheidbaar en niet-wederkerend werkwoord met de betekenis ‘vechten’, ‘strijden’ of ‘zich inspannen’. Het komt vaak voor met für, gegen en um. Perfect: hat gekämpft; voltooid deelwoord: gekämpft. Veelgebruikt, ook figuurlijk.
Voorbeelden
Ich kämpfe für meine Rechte.
Ik strijd voor mijn rechten.
Ich habe für meine Überzeugungen gekämpft.
Ik heb voor mijn overtuigingen gevochten.
Er kämpfte tapfer.
Hij vocht dapper.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je twee mensen in een ring (boksen) voor met het label ‘kämpfen’ erboven
Klinkt een beetje als ‘camp’ + ‘fen’ — stel je vechters in een kamp voor.
Opmerkingen
kämpfen is een regelmatig (zwak) werkwoord dat vechten of strijden betekent; het wordt vaak zowel letterlijk (gevecht, sport) als figuurlijk (strijden voor een zaak) gebruikt. Reflexief/intransitief werkwoord — passieve vormen (Vorgangspassiv) zijn niet van toepassing omdat het werkwoord intransitief is.