gelten

verb
geldig zijn, van toepassing zijn, gelden als
B1

gelten betekent „geldig zijn”, „van toepassing zijn” of „als iets gelden”. Het is een sterk, onregelmatig werkwoord: Präteritum galt, voltooid deelwoord gegolten. Tegenwoordige tijd: ich gelte, du giltst, er gilt. Hulwerkwoord: haben. Veelvoorkomend in gelten als („worden beschouwd als”).

Voorbeelden

Die Regel galt für alle.
De regel gold voor iedereen.
Die Regel gilt für alle Mitarbeiter.
De regel geldt voor alle medewerkers.
Das Ticket gilt nur für drei Tage.
Het ticket is slechts drie dagen geldig.

Details

Hulpwerkwoordhaben
ScheidbaarNee
RegelmatigNee
Werkwoordtypestrong
StamveranderingenPresent vowel change e → i (ich gelte → du giltst → er gilt); past stem 'galt' with Partizip II 'gegolten'.

Hoofdsvormen

Präsens (3. Sg.)er/sie/es gilt
Präteritum (3. Sg.)er/sie/es galt
Perfekter/sie/es hat gegolten

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een ticket voor met een grote stempel «GELT» erop, die laat zien dat het ticket geldig is.
👂Denk aan het Engelse «gilt» (uitgesproken als «gilt») — stel je een stempel «GILT» voor die betekent «het is geldig».

Opmerkingen

Veelvoorkomende constructies: « für etwas gelten » (geldig zijn voor iets) en « als etwas gelten » (beschouwd worden als iets). Vaak onpersoonlijk gebruikt als « es gilt ... » (het is van toepassing / het is geldig). In voltooide tijden gebruik je het hulpwerkwoord « haben » (hat gegolten). | Onovergankelijk werkwoord; lijdende vorm is niet van toepassing.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek

ichgelte
dugilst
er/sie/esgilt
wirgelten
ihrgeltet
sie/Siegelten
ichgelte
dugeltest
er/sie/esgelte
wirgelten
ihrgeltet
sie/Siegelten
ichgälte
dugältest
er/sie/esgälte
wirgälten
ihrgältet
sie/Siegälten
dugilt
ihrgeltet
Siegelten