verb
geldig zijn, van toepassing zijn, gelden als
B1
gelten betekent „geldig zijn”, „van toepassing zijn” of „als iets gelden”. Het is een sterk, onregelmatig werkwoord: Präteritum galt, voltooid deelwoord gegolten. Tegenwoordige tijd: ich gelte, du giltst, er gilt. Hulwerkwoord: haben. Veelvoorkomend in gelten als („worden beschouwd als”).
Voorbeelden
Die Regel galt für alle.
De regel gold voor iedereen.
Die Regel gilt für alle Mitarbeiter.
De regel geldt voor alle medewerkers.
Das Ticket gilt nur für drei Tage.
Het ticket is slechts drie dagen geldig.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een ticket voor met een grote stempel «GELT» erop, die laat zien dat het ticket geldig is.
Denk aan het Engelse «gilt» (uitgesproken als «gilt») — stel je een stempel «GILT» voor die betekent «het is geldig».
Opmerkingen
Veelvoorkomende constructies: « für etwas gelten » (geldig zijn voor iets) en « als etwas gelten » (beschouwd worden als iets). Vaak onpersoonlijk gebruikt als « es gilt ... » (het is van toepassing / het is geldig). In voltooide tijden gebruik je het hulpwerkwoord « haben » (hat gegolten). | Onovergankelijk werkwoord; lijdende vorm is niet van toepassing.