verb
klagen, een rechtszaak aanspannen, aanklagen
B1
klagen is een regelmatig, niet-reflexief werkwoord met de betekenissen „klagen” en juridisch „een rechtszaak aanspannen / iemand aanklagen”. Het perfectum vormt het met haben: ich habe geklagt. Voor „zich beklagen” gebruikt men vaak liever sich beklagen; juridisch: klagen gegen + accusatief.
Voorbeelden
Der Mieter klagte beim Vermieter, weil die Heizung seit Wochen nicht funktionierte.
De huurder klaagde bij de verhuurder omdat de verwarming al weken niet werkte.
Ich habe mich beklagt.
Ik heb geklaagd.
Er klagt oft über das schlechte Essen im Restaurant.
Hij klaagt vaak over het slechte eten in het restaurant.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je iemand voor die boos met een vuist in de lucht klaagt, of een advocaat die papieren indient (voor de juridische betekenis).
klinkt als „clay-gun” — stel je voor dat iemand boos op een kleifiguurtje slaat terwijl hij klaagt.
Opmerkingen
klagen kan zowel betekenen: „klagen / mopperen” (informeel) als „een juridische actie ondernemen / aanklagen” (formeler, juridisch). De context bepaalt de betekenis.