verb
geschikt zijn, passen, zich lenen
B1
eignen komt vooral voor in de wederkerende vorm sich eignen en betekent ‘geschikt zijn’ of ‘passen’. Je gebruikt het vaak met für + accusatief of als + nominatief. Het is een regelmatig zwak werkwoord; voltooid deelwoord: geeignet. Handig om geschiktheid uit te drukken.
Voorbeelden
Der Gutachter meinte, dass sich dieses Modell nicht für den Dauereinsatz eignete, weil die Materialien minderwertig gewesen waren.
De deskundige meende dat dit model niet geschikt was voor continu gebruik, omdat de materialen van slechte kwaliteit waren geweest.
Dieses Buch eignet sich gut zum Lernen.
Dit boek is zeer geschikt om mee te leren.
Das Haus eignete sich perfekt für eine Familie.
Het huis was perfect geschikt voor een gezin.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een pen voor die precies in een gat past — hij is perfect «geschikt».
klinkt als «assign» (iets toegewezen past goed).
Opmerkingen
Wordt meestal wederkerend gebruikt: «sich eignen für/zu». Partizip II: geeignet. Wederkerig/intransitief werkwoord; passieve vormen zijn niet van toepassing.