noun
groenten, groente
A1
Gemüse (het) betekent ‘groente’ als verzamelnaam. Het is meestal een niet-telbaar massawoord: das Gemüse, des Gemüses. In het dagelijks gebruik heeft het geen eigen meervoud; voor soorten zeg je Gemüsesorten of verschiedene Gemüse. Je telt het met woorden als viel of ein Stück.
Voorbeelden
Die Köchin kaufte frisches Gemüse ein, weil der Markt an diesem Morgen besonders gute Ware anbot.
De kokkin kocht verse groenten omdat de markt die ochtend bijzonder goede waren aanbood.
Ich esse gerne Gemüse.
Ik eet graag groenten.
Im Supermarkt kaufe ich frisches Gemüse.
In de supermarkt koop ik verse groenten.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een kleurrijke groentemand voor met het label 'Gemüse'
Gemüse → denk aan een groente-kom in de vorm van een edelsteen
das → verzamelnaam zoals 'das Obst' (fruit) en 'das Gemüse'
Opmerkingen
Vaak gebruikt als een verzamelnaam of massanaam. Het meervoud is meestal identiek of wordt als collectief opgevat. | Alleen-evoudig (massa/verzamel) zelfstandig naamwoord; meervoudsvormen zijn niet van toepassing.