adjective
samen, gemeenschappelijk
B1
gemeinsam betekent ‘samen’ of ‘gemeenschappelijk’. Het woord werkt als bijvoeglijk naamwoord én bijwoord, vaak in de uitdrukking gemeinsam mit + datief. Meestal niet gradabel. Handig om gezamenlijke handelingen of iets gemeenschappelijks uit te drukken.
Voorbeelden
Sie haben viele Interessen gemeinsam.
Ze hebben veel interesses gemeen.
Wir arbeiten gemeinsam an dem Projekt.
We werken samen aan het project.
Die Nachbarn beschlossen, künftig gemeinsam den Park zu säubern, weil die Anlagen verwahrlost waren.
De buren besloten voortaan samen het park schoon te maken, omdat de voorzieningen verwaarloosd waren.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je twee groepen voor die elkaars handen vasthouden onder een grote banner met ‘gemeinsam’ — iedereen samen.
Klinkt als ‘game-sign’ — stel je mensen voor die zich rond een gemeenschappelijk bord verzamelen om te laten zien dat ze samen zijn.
Opmerkingen
Wordt zowel als bijvoeglijk naamwoord als bijwoord gebruikt; veelvoorkomend in alledaagse taal om gezamenlijke actie of gedeelde eigenschappen uit te drukken.